Frozen shoulder

"Frozen shoulder" = verstijving van de schouder

Wat is "Frozen shoulder"?

Verstijving van het schoudergewricht kan optreden:

  • na een vroegere schouderingreep of ongeval
  • door langbestaande schouderpijn bij peesscheuren en inklemming
  • bij mensen met suikerziekte of schildklierlijden
  • na een hartinfarkt, open hartoperatie of herseninfarct met verlamming
  • zonder gekende oorzaak (meestal!)

In de beginfase gaat vaak een periode van ontsteking vooraf. Dit gaat vaak gepaard met ernstige pijn. Nadien dooft de ontsteking uit maar de beweeglijkheid blijft sterk verminderd. Het wordt onmogelijk de arm omhoog , achter het hoofd of achter de rug te brengen, ook niet met hulp. De schouder zit vast. We spreken dan van een "bevroren" schouder.

Hoe ontstaat een "frozen shoulder"?

Meestal begint het probleem met stilaan opkomende pijnklachten in en rond de schouder. De meeste mensen herinneren zich geen bepaald voorval.
Bij sommige ziekten is de kans op ontwikkeling van een frozen shoulder verhoogd. Gekende factoren zijn suikerziekten (diabetes), schildklieraandoeningen en kransslagaderlijden van  het hart. In sommige gevallen treedt na genezing van de ene schouder zonder aanwijsbare reden een verstijving van de andere schouder op.

De aandoening verloopt typisch in 3 fasen:

  1. ontstekingsfase
    In deze fase overheerst de pijn; de pijn verergert bij bewegen of reiken; er treden vaak plotse pijnscheuten op. Patiënten klagen ook van nachtelijke pijn. Door de pijn gaat men  de schouder stil houden en minder bewegen. We zien vaak een verkrampte houding met ook abnormaal aanspannen van schouderblad, nek en rugspieren.
  2. verstijvingsfase
    Stilaan gaat de pijn verminderen of uitdoven. De schouder blijft wel zeer stijf en in bepaalde richtingen vaak niet meer beweeglijk, ook niet 'met hulp van derden'. Patiënt kan beter slapen maar is beperkt in de dagelijkse activiteiten. (haar kammen, broek aantrekken, 'intiem toilet', borden uit de kast halen)
  3. herstelfase
    Vaak gaat een 'frozen shoulder' zich ook weer spontaan oplossen, maar het kan zeer lang, maanden tot zelfs enkele jaren, duren vooraleer de beweeglijkheid weer normaal is. Soms blijft er een licht verminderde beweeglijkheid.

Behandeling

Niet-operatief

In de beginfase zullen we vooral de pijn en de ontsteking aanpakken.
Ontstekingwerende en pijnstillende medicatie en relatieve rust geven verbetering.
Een inspuiting met een cortisone-produkt in het gewricht kan soms kleine wonderen doen. We starten ook voorzichtige rekkingoefeningen om de beweeglijkheid terug te winnen. Aan de patiënt wordt gevraagd veel ‘huiswerk’ te doen : zwemmen, katroloefeningen, deegrol, rekstok,… Bij voorkeur wordt wat meer pijnstilling genomen om meer oefeningen te kunnen doen, eerder dan ‘de pijn af te bijten’.
In de afgekoelde fase ligt de nadruk op kinesitherapie met intensieve stretchoefeningen. Zo proberen we de beweeglijkheid terug te winnen. Het ziekenfonds voorziet een terugbetaling tot 60 beurten voor deze aandoening.

In de meeste gevallen kan aldus de (volledige) beweeglijkheid herwonnen worden.

Operatief

In zeer gevorderde situaties en bij falen van conservatieve therapie kan het gewricht niet meer met oefeningen losgemaakt worden omdat het schouderkapsel te strak is vergroeid.
Met een kijkoperatie kunnen we het verdikte kapsel losknippen en zo de normale beweeglijkheid opnieuw proberen te herstellen.
Onmiddellijk nadien volgt een lange periode van intensieve dagelijkse oefeningen om de vorming van nieuwe vergroeiingen te voorkomen.

Deze procedure is echter hoogst uitzonderlijk wegens het succes van de niet-operatieve aanpak.